
Wet op de huurtoeslag
Artikel 19
1
Voor elk rekeninkomen onder of gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, verhoogd met 200 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder a en c, en verhoogd met 300 voor een huishouden als bedoeld in artikel 2, onder b en d, geldt de normhuur, bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid.
2
Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt, vermeerderd met de bedragen, bedoeld in het eerste lid, is, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de hoogte van de normhuur de uitkomst van de formule:
(a x Y2) + (b x Y)
in welke formule voorstelt:
a en b: de factoren, vast te stellen bij ministeriële regeling, die, per type huishouden, worden afgeleid uit de lineaire relatie tussen de bij het minimum-inkomensijkpunt behorende normhuurquote en de bij het referentie-inkomensijkpunt behorende normhuurquote;
Y: het rekeninkomen.
3
De overeenkomstig het tweede lid berekende normhuur wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
4
Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 januari en 1 juli, de factoren, bedoeld in het tweede lid, herzien.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.